Algemeen
1. Waar werkt u op dit moment?
2. Wat is uw functie, en wat zijn de dagelijkse werkzaamheden ervan?
3. Sinds wanneer vervult u deze functie?
4. Wat heeft u hiervóór gedaan?
5. Wanneer heeft u uw studie afgerond, en in welke richting was dit?
Taalgericht
6. Wat is uw moedertaal? (Indien Nederlands ga door naar vraag 10)
7a. Sinds wanneer spreekt u Nederlands?
7b. Sinds wanneer schrijft u Nederlands?
7c. Welke taal spreekt u thuis?
7d. Welke taal gebruikt u het meest in uw sociale contacten?
8. Heeft u ooit Nederlandse les gevolgd?
9a. Zo ja, wanneer en bij wie?
9b. Wat waren de resultaten van uw lessen?
10. Welke andere taal/talen beheerst u?
11. Welke taal gebruikt u bij de uitoefening van uw functie het meest?
12. Maakt u voor de uitoefening van uw functie wel eens gebruik van een tolk?
13. Voelt u zich in het algemeen zeker over uw gebruik van de Nederlandse taal?
14a. Heeft u wel eens moeite met lezen en schrijven?
14b. Heeft u wel eens moeite met verstaan en spreken (ook uitspraak)
15a. Zo ja, waar bestaan deze moeilijkheden voornamelijk uit?
15b. Kunt u hiervan enkele voorbeelden geven?
16. Waarin zou u nog verbeterd of getraind willen worden op taalgebied?
Communicatiegericht
17a. Wat is het meest voorkomende werkgerelateerde contact dat u heeft met anderen (collega's, klanten/cliënten, advocaten, rechterlijke macht etc.)?
17b. Kunt u hiervan enkele voorbeelden geven?
18a. In welke situaties bij het spreken en uitdrukken in het Nederlands voelt u zich wel eens onzeker?
18b. Kunt u hiervan enkele voorbeelden geven?
19a. Treedt u, in het kader van de uitoefening van uw functie, wel eens op in het openbaar?
19b. Kunt u hiervan een voorbeeld geven?
19c. Hoe gaat u dit optreden in het algemeen af?
19d. Zijn er situaties als u in het openbaar moet optreden die u onzeker of onrustig maken?
19e. Zo ja, waar heeft u dan het meeste moeite mee?
19f. Kunt u hiervan enkele voorbeelden geven?
20. Wat kunt u beschrijven als uw meest sterke kanten in uw contact met anderen?
21. En wat kunt u beschrijven als uw zwakkere kanten in uw contact met anderen?
Slot
22. Wat kunt u nog meer aangeven dat voor de intake van belang kan zijn?